Begrippenlijst

Korte definities van de termen die rond Summercup worden gebruikt.

Swiss-systeem
Een format waarbij iedereen elke ronde blijft spelen, gekoppeld aan iemand met een vergelijkbaar resultaat — geen knock-out.
Speelavond
Het spel van één woensdag, opgebouwd uit meerdere rondes. Allemaal één speltype (8-ball of 9-ball), wekelijks afwisselend.
Ronde
Eén set paringen binnen een speelavond.
Naar N
De eerste speler die N frames haalt, wint de wedstrijd — 4 bij 9-ball, 3 bij 8-ball.
Frame
Eén enkel spel binnen een wedstrijd. Een 9-ball-wedstrijd gaat naar 4 frames.
Win%
Gewonnen wedstrijden ÷ gespeelde wedstrijden. Het belangrijkste rangschikkingsgetal.
Framesaldo
Gewonnen frames min verloren frames over het seizoen; eerste tiebreak.
Weerstand
Een Buchholz-achtige tiebreak: het gecombineerde resultaat van de tegenstanders die je hebt getroffen, zodat een zwaar speelschema wordt beloond.
Bye
Bij een oneven veld zit er één speler de ronde uit. Het telt niet als een gespeelde wedstrijd.
Afstoot (●)
Wie afstoot om de wedstrijd te beginnen. Voorgesteld door de loting (gebalanceerd over de avond), te overrulen door de beheerder.
Speedpool-ticket (🎟)
Verdiend met een kwalificerende afstoot; elk ticket is een poging bij de Speedpool Challenge op de finaledag.
Klassen
Ranking A (gele bal), Ranking B (blauwe bal) en Rookie (zwarte bal). De stand kan op klasse worden gefilterd.
Recht op prijzen (★)
Spelers die minstens 20 wedstrijden hebben gespeeld, mogen meespelen voor prijzen.